------------------  THAILAND  ---------------

                     Naar de foto's                               Naar pagina 1                                    Naar de startpagina

De verhalen uit Thailand:

18 november:
Op zoek naar 20 miljoen

30 december:
Kerst in het zwembad

15 januari:
Van zuid naar noord

29 januari:
Het Wilde Oosten

11 februari:
De vergeten Khmer

Wij zijn terug in Thailand

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

18 november: Op zoek naar 20 miljoen

We staan op het punt om Maleisie binnen te rijden, tijd voor een nieuw verslag dus.
 
Nadat we in Korat weer onze voorraden aangevuld hadden, Robin en Suzy weer een flinke opknapbeurt hadden gekregen (dat was echt wel nodig na Cambodja) stonden we helemaal gepakt en gezakt klaar voor het nieuwe avontuur.
 
De eerste dagen beloven kilometervreters te worden, want de grens van Maleisie ligt nu niet meteen naast de deur als je vanuit Korat vertrekt. Maar in hapklare brokjes en met een pauze hier en daar is dat makkelijk te doen. De eerste dagrit brengt ons tot bij de zee in Si Racha. In de speurtocht naar een hotel komen we uit bij een op en top Thais motel (meer verhuur van kamers per uur dan per nacht...), maar de kamers zijn stil en vooral flitsend. Nog nooit een kamer gezien die geel en groen en blauw en rood en oranje en wit en zwart en ga zo maar door tegelijkertijd is! Het lijkt wel alsof we in het decor van een of andere cultfilm terecht gekomen zijn. We vinden het fantastisch en we kunnen Robin en Suzy zelfs de kamer binnenrijden, dus met z'n vieren genieten we van een goede nachtrust in dit overweldigend decor. De dag erop staat er weer een ontmoeting met onze zeer geliefde viervoeter de tijger op het programma. Si Racha Tiger Zoo is een park met het grootste aantal tijgers van Thailand en een van de grootsten ter wereld. Ik denk niet dat we al de tijgers gezien hebben, maar toch een zeer behoorlijk aantal en vooral de ontmoeting met de tijgerpuppies is ons levendig bijgebleven. Als toeristische attractie kon je er een foto laten nemen van jezelf met een jonge tijger op schoot, iets waar we eerst niet echt voor staan te springen omdat het ons nogal geldklopperij lijkt. Achteraf zijn we echter zo blij met het resultaat dat ons enthoesiasme duidelijk afstraalt op de bewakers waarop we prompt een rondleiding krijgen achter de schermen (en het verboden toegang bordje...). Daar zitten/liggen alle jonge puppies van 1 tot 6 maand en als Lieve een puppie van 1 maand oud in haar handen krijgt gaatze helemaal door het dak. Ze moet het kleine ukkietje constant wiegen anders zou het schrik krijgen en dus staat ze daar tien minuten te wiegen met een tijger ter grootte van een kat in haar handen. Het is wel heel zeker het hoogtepunt van de dag en met een zeer goed gevoel kunnen we laat in de namiddag beginnen aan een volgende etappe richting Maleisie.
 
Het is al een heel tijdje donker als we toekomen op de plaats waar we willen zijn en naar een hotel kunnen beginnen zoeken. Ditmaal slapen we in een huisje aan de zee, met een zee van ruimte binnen en midden in de natuur. We hadden er gerust onze dansen nog eens in kunnen oefenen, maar tegen de tijd dat we gegeten hebben zijn we zo moe dat we eigenlijk alleen nog maar het bed zien staan. De dag nadien brengen we een bezoek aan 'De Oude Stad', een soort mini-Thailand waar de cultureel belangrijkste gebouwen van Thailand nagebouwd zijn op een schaal van ongeveer 1 op 3. Met een tandem rijden we via alle gebouwen (ik trappend Lieve kijkend...) en tot onze grote vreugde kunnen we vaststellen dat het grootste deel herhaling is voor ons.
Vanaf dan wordt de zee onze metgezel en na ongeveer twee uur zoeken naar de veerboot kunnen we verder rijden naar het zuid-westen tot in Hua Hin, het Blankenberge van Thailand oftewel de Costa del Thailandia! Het is ons ding niet echt, maar aangezien we allebei ziek worden van een slecht afgestelde airconditioner blijven we er toch een heel stuk langer dan verwacht. En krijgen we dus ook jammer genoeg tijd om te zien wat we helemaal niet willen zien: een heleboel mensen die zich om ter hipst kleden, veel geld over de toonbanken smijten en, in het geval dat het allenstaande mannen zijn, liefst arm in arm lopen met een Thaise schoonheid. Bweerk, het sekstoerisme is jammer genoeg nog steeds zeer groot in Thailand! Maar betaalde seks in het algemeen is blijkbaar zeer groot in Thailand, want de prostitie draait voor slechts 10% op geld van buitenlandse toeristen. Naar het schijnt is dat allemaal onstaan toen de overheid de polygamie afgeschaft heeft. Die afschaffing kunnen wij alleen maar toejuichen, maar moet het een daarom per se gepaard gaan met het andere? Ach ja, de perfecte wereld bestaat toch niet...
 
Of wel? Soms lijkt het er in ieder geval op, want als we eindelijk een beetje uitgeziekt zijn en klaar zijn om weer op een scooter te zitten, rijden we recht naar Chumpon, waar we hopen op in een hutje op het strand een de rand van een natuurpark rustig verder te kunnen uitzieken. Als we er toekomen blijkt dat we ons plekje gevonden hebben: een rustige baai uitkijkend op een idyllisch eiland. In de baai staat slechts 1 resort en in dat resort zijn wij de enige gasten! We hebben dus een heel strand voor ons alleen, een beetje Robinson en Crusoe maar dan met iets meer luxe. Na een dag of twee voelen we ons al veel beter, maar hebben we nog altijd niemand gezien. Kritisch als we zijn stellen wij ons daar toch vragen bij en we komen al heel snel tot de conclusie dat er een totaal gebrek aan management is. En dus is er voor ons ruimte om weer luidop te beginnen dromen: wat zouden wij doen als we hier eigenaar zouden zijn, hoe zou het zijn om hier te wonen, enzoverder, enzovoorts... Het resultaat van een dagje dromen en plannen is dat we op zoek gaan naar de eigenaar met de vraag of hij Sai Ree Lodge per toeval niet wil verkopen. Blijkt dat de man eigenlijk niet liever wil dan de hele boel verkopen want hij krijgt bij de bank geen leningen meer op allen eens een face-lift te geven. Voor 20 miljoen Bath (425.500 Euro of 17 miljoen oude Belgische Franken) is de hele boel van ons. Enig probleempje natuurlijk, hoe krijgen twee mensen van eind twintig in godsnaam 20 miljoen Bath bij elkaar? Met de lotto spelen? Dat zijn we druk bezig, maar daar willen we ons bonen niet op te week leggen. Een milde schenker vinden? Misschien. Dus bij deze als een van jullie, trouwe fans, wat geld te veel heeft en zin heeft om een permanente vakantiestek op een van de meest idyllische plaatsen in Thailand te bezitten, laat ons iets weten!
 
Met heel veel pijn in het hart hebben we Sai Ree Lodge toch achter ons moeten laten liggen, maar niet zonder eerst ons er van te verzekeren dat we kerstavond daar gaan kunnen vieren. Dat maakt het afscheid toch een stuk draaglijker. We vertrekken uit Chumpon en steken de bergen over, van de oostkust naar de westkust, om twee dagen later in Krabi toe te komen. De 550 kilometer die we in die twee dagen overbruggen zijn schitterend. We voelen ons enorm nietig tussen de hoge bergen en genieten volop van elke seconde, niet goed wetend waar we eerst naar moeten kijken, de bergen of de weg. Het wordt toch de weg, met af en toe een blik naar opzij of omhoog. Als we aan het begin van de tweede dag langs het Khao Sok natuurpark rijden valt onze mond helemaal open van verbazing. De weg kronkelt door schitterend karstgebergte en links en rechts van ons rijzen de karstrotsen als zuilen omhoog. We dopen dit (voorlopig) het mooiste stukje weg van Thailand en we zijn bijna droevig als we in Krabi toekomen, want dat betekent ook het einde van de schitterende rit.
 
Maar Krabi belooft ook genoeg voor ons in petto te hebben. Het strand en de hele sfeer in het kustplaatsje zinnen ons niet echt (het doet ons wat denken aan Hua Hin), maar daarvoor zijn we niet tot hier gereden. Krabi wordt voor ons enkel een springplank naar de mooie koraalriffen die voor de kust liggen. s Avonds regelen we meteen al ons eerste daguitstapje "Vier Eiland Tour" en zo kunnen we de volgende dag vroeg uit de veren voor een lekker dagje snorkelen en natuur. En wat ze ons aangeprezen hebben maken ze ook waar! De karstrotsen waar we de dag voordien zo van genoten hebben zijn hier ook alleen zijn ze hier omrigd door water hetgeen een lappendeken van kleine rotsige eilandjes oplevert. Sommigen, zoals Chicken Island, zijn zelfs bijzonder grappig te noemen: een eiland met een kippenkop, dat zou een normaal mens echt niet verzinnen! s Avonds zijn we zo tevreden over de dag dat we meteen nog een dagtrip boeken en er dus de volgende ochtend weer vroeg uit mogen. Ditmaal trekken we met een speedboot naar PhiPhi Island, een beschermd natuurpark (wist je trouwens dat in Thailand 18% van de oppervlakte beschermd natuurdomein is? Dat is zowat het hoogste percentage beschermd gebied van alle landen van de wereld!). Maar PhiPhi staat in het westen eigenlijk vooral bekend omdat het de lokatie is van de film The Beach met Mister DiCaprio. De filmlokatie staat dus zeker op het programma, maar wat ons veel meer zegt is de ongelooflijk schitterende onderwaterwereld. Soms lijkt het alsof we in een tekenfilm tussen Nemo en zijn vriendjes terecht gekomen zijn. Overweldigend en een aanrader voor groot en klein!
 
Vanavond voor het slapen gaan nog tijd gevonden om de hele website in orde te brengen en morgen vertrekken we van hieruit voor de laatste etappe richting Maleisie, richting nieuwe avonturen...
 
Diegenen onder jullie die een berg zwart geld te veel hebben of ergens nog een serieus spaarvarken hebben staan, stuur ons gerust een berichtje! En alle anderen mogen natuulijk ook nog steeds berichtjes sturen, we houden er enorm van!!!

stuur ons een berichtje                                                                                                   terug naar boven
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

30 december: Kerst in het zwembad

(Vervolg van Een misser van formaat)
Onze verwelkoming in Thailand is niet meteen zoals we ons hadden voorgesteld, want we krijgen meteen te maken met mannen-in-uniformen-die-zichzelf-toch-o-zo-belangrijk-vinden. "O neenee, ge moet aan dat loket daar zijn", "Jamaar ge moet naar dat loket ginder", "Wacht een minuutje ik ben hier druk bezig met nietsdoen", enzoverder enzovoorts. Maleisie buiten raken heeft ons welgeteld tien minuten gekost, een uur nadat we aan de Thaise kant toegekomen zijn staan we daar nog. Toppunt van al, nadat we dan eindelijk door mogen rijden heeft nog niemand gevraagd naar de tijdelijke exportpapieren van Robin en Suzy. En omdat wij zelf niet in de problemen willen komen op het moment dat we onze lieverds terug willen verkopen hebben we de uniformmensjes daar dan maar zelf op gewezen. "O ja, dat papier, geef dat maar af aan dat loketje daar" en daarmee is de kous af. We weten niet of ze nog veel gaan doen met dat papier, maar wij hebben ons deel toch braaf gedaan. En dan zijn we terug in Thailand, met gemengde gevoelens, maar we kunnen toch weer genieten van het heerlijke Thaise eten (dat was in Maleisie niet veel soeps) en de goedkopere slaapopties. We rijden in twee dagen van de grens naar Surat Thani, om van daar de volgende dag door te rijden naar ons heerlijke strandje in Chumpon. Als we in het hotel "100 Islands Resort" toekomen lijkt het alsof alle zorgen van de voorbije week in een klap verdwijnen: voor geen geld kunnen we in de penthouse van het hotel slapen, beneden ligt een zwembad midden in het groen, compleet met waterval en we hebben een grote supermarkt recht tegenover de deur. We hebben geen tien minuten nodig om te besluiten dat we hier kerstavond zullen doorbrengen! Na wat boodschappen in de supermarkt (stokbroden, echte kaas, flesje wijn en een mini kerstboompje...) zijn we er volledig klaar voor. En terwijl het buiten ruim 28 graden is, maken wij er binnen toch een gezellige kerst van. Sneeuw op kerstdag? Voor ons niet in ieder geval, wij nemen op kerst een heerlijke duik in het openluchtzwembad!

En ondertussen is de tijd voorbij gevlogen. Aan de vooravond van oudejaar zitten we nog steeds in hetzelfde hotel en hebben we besloten dat we de rust en de luxe goed kunnen gebruiken om op te laden voor de laatste etappe van ons avontuur. Op 2 januari rijden we van hier weg richting Noord Thailand. Dan hebben we een maandje om te genieten van de koelte en de schoonheid van de bergen en dan wordt het tijd om de laatste regelingen te treffen voor de terugkeer... Maar zover zijn we voorlopig nog niet. We blijven er plezier in vinden om samen op reis te zijn en te kunnen genieten van het leven en van elkaar!

We wensen jullie allemaal via deze weg prettige feestdagen en een heel gelukkig nieuwjaar. En als er iets is dat we iedereen van harte toewensen dan is het de realisatie van al jullie dromen!

stuur ons een berichtje                                                                                                   terug naar boven
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

15 januari: Van zuid naar noord

Met pijn in het hart moeten we op 2 januari de luxe van het hotel in Surat Thani vaarwel zeggen om nieuwe horizonten op te zoeken. We zijn voor het eerst in 10 dagen weer 'on the road', al kunnen we voorlopig niet echt genieten van mooie wegen, want in het smalste stukje Thailand kan je maar een weg nemen: de highway. En thaise highways zijn wegen waar je op de scooter liever met een grote boog om heen rijdt: ze zijn niet mooi, het wegdek is niet in optimale staat en  ze zitten provol razend snelle autos en zwaar overladen vrachtwagens. Gelukkig vergeet je het leed van een dagje rijden snel na een verfrissende douche, waardoor we toch nog kunnen genieten van gezellige avonden en ochtenden. Onze eerste stop brengt ons trouwens tot in Bang Saphan, waar we tegen alle verwachtingen in een fantaschische bungalow op het strand weten te vinden. De keuze om hier een dagje te bekomen van de eerste rijdag is heel snel gemaakt! Een dag lezen, zwemmen en niets doen in een leuke setting slaan we nooit af. Vanuit onze tweede stop, Cha-Am, bezoeken we het centrum van de Wildlife Friends of Thailand, een enorm domein midden in de velden, waar zwaar gehavende en getraumatiseerde dieren een veilig onderkomen krijgen. Het grijpt zeer naar onze keel wat mensen allemaal kunnen en durven doen met dieren. Meow, de tijger, heeft bijvoorbeeld jaren lang vastgeketend gelegen als attractie bij een benzinestation. Hij kon niet rechtop staan en kreeg alleen kippebotjes te eten. Toen ze hem uiteindelijk naar het centrum brachten was hij meer dood dan levend. Ondertussen kan hij al weer lopen (toch iets dat daarop lijkt), maar hij heeft nog steeds zware motorische gebrenken. Een van de aapjes van het centrum heeft op haar beurt gediend als klantenlokker in een bar en kreeg dagelijks een gigantische portie amfetamines toegestopt. Een andere aap is blind en is al zijn tanden kwijt omdat hij alleen snoepgoed kreeg van de vrouw die hem als huisdier had. En ga zo maar door... er zaten daar ruim 200 dieren, waarvan de meesten zodanig gehavend zijn dat ze de rest van hun leven in het centrum zullen slijten. Voor de dieren die zich nog genoeg kunnen aanpassen hebben ze een heel programma opgezet om ze uiteindelijk weer in het wild te kunnen vrijlaten. Maar het meeste werk hebben ze hier in Thailand nog te doen op gebied van opvoeding, want eens de vraag naar dergelijke dieren stopt, dan pas zal de jacht erop ook stoppen. En we kunnen alleen maar hopen dat de Thai dat zelf ook beginnen inzien. Voor wie meer info wil over het centrum, of ze ook wil steunen: http://www.wfft.org

Na nog een  frustrerende dag op de highways omdat we Bangkok langs moeten, rijden we eindelijk Kanchanaburi binnen. Eindelijk, omdat dat voor ons het einde van de grote wegen betekent. Vanaf daar geldt als we naar onze Michelin kaart kijken: wit is super, geel is ok, rood is te doen als er geen alternatief is, en dubbel rood is totaal taboe. En dat blijkt een heel goede ingesteldheid te zijn, want we zijn Kanchanaburi nog maar net buiten of we zitten al midden in de velden. We rijden van mini dorpje naar mini dorpje, onderweg de mensen in totale verbijstering achterlatend omdat ze twee westerlingen op een scooter hebben zien voorbij rijden. We kunnen weer genieten van het onderweg zijn, dit is ten slotte waar we Robin en Suzy voor ingeschakeld hebben! En als om hun punt te onderstrepen rijden onze stalen rossen ergens in dat schitterend ruraal landschap de kaap van de tienduizend kilometer over. We zijn gepakt! Al bijna een kwart van de aardbol hebben we samen afgelegd (ondertussen zijn we ook al de magische kaap van de 11.111,1 km voorbij). Het zal pijn doen om onze trouwe reisgezellen vaarwel te moeten zeggen aan het einde van de rit. Maar zover is het nog niet, en voorlopig blijven we nog even goede vrienden.

Na twee dagen rustig hobbelend langs 'witte' wegen komen we toe in Kamphaeng Phet, de westelijke grenspost van de vroegere Thaise koninkrijken en een stad met een schat aan schitterende tempels en tempelruines. We rijden zeer rustig en vol bewondering van tempeltje naar tempeltje in het schitterende historische park. En we laten ons natuurlijk weer vrolijk gaan op het gebied van foto's! Heerlijk toch zo'n digitaal fototoestel...

Maar Kamphaeng Phet betekent voor ons ook dat we in het Noorden zijn toegekomen. Vanaf hier duiken we de bergen in, klimmen naar ongekende hoogtes om daarna weer even vrolijk af te dalen naar de warme valleien. We oefenen onze bochtentechniek en genieten met volle teugen van de prachtige vistas die de bergpassen voor ons in petto hebben. Onderweg rijden we door de meest afgelegen dorpen, waar mensen nog in traditionele kleurige kledij rondlopen, aloude tradities in ere houden en waar diezelfde mensen nog elke dag hout moeten gaan hakken om op te koken in gammele hutjes die uit niet meer bestaan dan wat houten palen met bamboe muurtjes en een rieten dak. Hier heeft 1 euro nog echt veel waarde, want een normaal gezin verdient hier hoogstens een dikke 5 euro per week, voor het hele gezin! Hier heeft "versleten kledij" nog een heel andere betekenis dan bij ons. Maar hier heeft gastvrijheid ook nog een heel andere betekenis dan bij ons. Terwijl we een mini tempeltje bezoeken dat per toeval op onze weg ligt worden we vriendelijk uitgenodigd de maaltijd te delen, mensen lachen vriendelijk en open, zonder verwachtingen en wij zijn weer eens blij dat we zo bevoorrecht zijn dat we dit allemaal mogen meemaken. Hoe verder we de bewoonde wereld achter ons laten hoe meer de mensen en de natuur indruk op ons maken. En hoe verder we de bergen in trekken hoe blijer we zijn dat we elkaar een dikke wollen trui als kerstcadeau gegeven hebben! Het wordt echt merkelijk kouder en op een bepaalde nacht slapen we zelfs onder twee dikke donsdekens in een halfopen hutje met zicht op een adembenemend mooie canyon. Het zicht is ons de koude wel waard, maar als we s ochtends onder de open hemel moeten douchen twijfelen we daar heel even over, al zijn we alle leed al weer volledig vergeten tegen de tijd dat we aan de andere kant van het hutje het uitzicht op het zonovergoten riviertje zien.

En dan rijden we Mae Hong Son binnen, het provinciehoofdstadje ten westen van Chiang Mai, gelegen rond een super schattig klein meertje in een prachtige vallei: een prentkaartje! Mae Hong Son is zeer toeristisch zeggen ze (wat niet in Thailand?), maar dat gaat aan ons voorbij. Wij zien vooral een leuk klein stadje met een idyllische setting, een paar schattige tempels en de mogelijkheid om eindelijk eens een Karen dorp te bezoeken. De Karen worden in Birma massaal uitgemoord, verjaagd en verstoten omdat zij strijden voor meer rechten in het land dat al tientallen jaren in de houdgreep zit van een totalitaire militaire dictatuur. Een paar dagen voordien zijn we voorbij een gigantisch vluchtelingenkamp van de Karen gereden. We mochten het helaas 'om veiligheidsredenen' niet bezoeken, maar zelfs alleen al er langs rijden, een hele vallei afgezet door bewapende militairen, het dorp (bijna een stad qua grootte) volledig van de weg gescheiden door prikkeldraad en binnenin het ene hutje tegen het andere geplakt, is genoeg om iemand volledig ondersteboven van te maken. Maar nu hebben we dus wel de mogelijk om een ex-vluchtelingenkamp van de Padaung (een Karen-subgroep) te bezoeken, dus die kans laten we niet onbenut. De Padaung zijn in het westen beter bekend onder de term Longnecks omdat ze hun nek optisch verlengen door er grote koperen ringen rond te dragen. Eigenlijk verlengen ze hun nek niet, maar drukken ze hun borstkas en nekspieren naar beneden waardoor het lijkt alsof ze een langere nek hebben. Waar deze traditie onstaan is en waar ze toe dient weet niemand meer, maar ze wordt nog steeds, mede door het toerisme, in stand gehouden. Wij verwachten/vrezen een toeristisch opgeklopt dorp te vinden, maar in tegendeel vinden aan het einde van een zanderige bergweg een klein dorpje waar het hoofdproduct niet meer koffie of rijst is, maar handgeweven stoffen, kaartjes en houten beeldjes. Geen busladingen vol toeristen en longneck vrouwen die allemaal klaarstaan voor de fotos, maar een klein dorpje waar mensen proberen rond te komen met de middelen die ze hebben, hetgeen in hun geval onder andere toerisme is. Het voordeel is dat ze vroeger enkel bezocht werden door groepen met een gids en dat ze daar zelf financieel niets aan over hielden. Nu hebben ze beslist het heft in eigen handen te nemen en vragen ze een toegansprijs voor het dorp, waardoor ze makkelijker van het toerisme kunnen leven. Hetgeen wij zeker willen steunen, want leven in vluchtelingenkampen (ook al heeft dit dorp die status niet meer) moet zeker geen pretje zijn. Het wordt alweer een onvergetelijke dag, de zoveelste sinds we het overweldigende, betoverende Noorden van Thailand zijn binnengereden.

Nu zitten we voor de vierde keer deze reis in Chiang Mai. De floralien die hier plaatsvinden willen we voor geen geld ter wereld missen, zeker niet omdat het Belgische paviljoen aangelegd werd door Daniel Ost! Daarna duiken we weer de bergen in, op zoek naar die onvergetelijk mooie hoekjes en vriendelijke mensen.

Nogmaals een groot woord van dank (DANK U WEL) om na 10 maand nog steeds trouw op post te blijven! Het is heel tof dat wij zo op de hoogte kunnen blijven van jullie levens in Belgie!

stuur ons een berichtje                                                                                                   terug naar boven
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

29 januari: Het Wilde Oosten

Laat ons u terug meenemen naar twee weken geleden, terug in Chiang Mai. De vierde keer Chiang Mai dit jaar, de vijfde keer in totaal voor Lieve en de zevende keer voor Willem. En toch zijn we de stad nog lang niet beu. Niet dat er nog veel te zien is dat we nog niet gezien hebben, maar het is een zeer aangename stad om even een paar dagen te vertoeven, op te laden voor een volgende etappe in de reis. Dit keer zijn het vooral de floralien die ons naar Chiang Mai lokken. De Royal Flora Ratchapruek belooft heel veel, maar maakt heel wat anders waar. We verwachten een park waar bloemen en planten centraal staan en krijgen een park waar bloemen en planten gebruikt worden om de 60-jarige troonsbestijging van de koning te vieren. Nu hadden we wel een klein beetje kunnen vermoeden dat dat een grote rol zou spelen. Al het hele jaar zien we een groot deel van de Thai in gele polo's rondlopen (geel is de kleur van de koning), en we weten ook dat de koning hier aanbeden wordt op een manier die wij ons niet kunnen voorstellen, dat er zelfs gevangenisstraffen staan op openbare belediging van het koningshuis, maar zoiets als een heel park ter ere van de koning, met tempel voor zijn aanbidding en al, dat hadden wij toch niet voor mogelijk gehouden. Dit lijkt ons meer op afgoderij dan iets anders. Maar zolang ze er niemand kwaad mee doen, en zolang wij niet moeten mee doen zien we er geen graten in. Wij zoeken wel rustig de mooie bloemetjes op, genieten van de orchideeentuin, kijken met enige trots naar het Belgisch pavilioen (na 10 maanden buitenland zouden we zowaar een beetje chauvinistisch worden) en naar het enthousiasme van de Thai over het Belgische kunstgras, en gapen met totale verbazing naar de koningsverering. En zo wordt het alweer een hele leuke dag en de ideale dag om mee afscheid te nemen van Chiang Mai.

Onze volgende bestemming is Mae Sai, het meest noordelijke dorp van Thailand tegen de Birmese grens. Onderweg rijden we weer over schitterende bergen en door prachtige valleien. Een paar keer rijden we door "olifantengebied" al zien we er geen enkele viervoeter buiten honden en buffels. En dan plots, als we het olifantengebied al weer een tijdje achter ons hebben liggen staat er toch wel eentje een meter of twee van de weg af! Tijd voor een fotoreportage: scooter bij olifant! En dan na twee dagen puur natuur rijden we Mae Sai binnen. Tien jaar geleden ben ik op uitstap ook in Mae Sai beland, maar veel van wat er nu te zien is herken ik totaal niet meer. Toen was Mae Sai een dorp waar de weg stopte aan een bruggetje over een smal riviertje met aan de andere kant de gesloten poorten van Birma. Ondertussen is de grens geopend, de weg is een mini-autostrade geworden en de handel bloeit als nooit tevoren. Het kleine riviertje is wel een klein riviertje gebleven en vanuit ons hutje aan het water kunnen we Birma heel duidelijk zien liggen. Als we zouden willen kunnen we zelfs onze zwembroek aan trekken en naar de overkant wandelen. En we zouden niet alleen zijn: elke avond zien we een stroom Birmezen de rivier oversteken, broek uit en fiets op de rug, illegaal natuurlijk. Maar geen politieagent die er iets van zegt, want 100 meter voor de plaats waar de Birmezen de oversteek aanvatten staat een bord "Hier eindigd de jurisdictie van de politie van Mae Sai"... Absurd maar waar, vanuit het politiekantoortje 500 meter verder kan je de stroom mensen elke dag zien, maar tja, wat kunnen zij eraan doen he, dat ligt buiten hun bevoegdheid!

Vanuit Mae Sai rijden we naar de top van de berg Doi Tung, die in Thailand bekend staat om zijn 'speciale' bloemen: geraniums, afrikaantjes, petunias,... allemaal bloemen die bij ons zeer gewoon zijn, maar waarvoor het in de rest van Thailand te warm is. Bovendien kunnen we op de berg ook het zomerpaleis van de moeder van de koning bezoeken, volledig in Zwitserse Chalet-stijl, en daar gebouwd omdat de Prinses-moeder dacht dat de bergvolkeren vereerd zouden zijn dat zij op de berg een paleis liet bouwen. Volgens ons zijn de bergvolkeren meer vereerd met het feit dat het paleis horden Thaise bezoekers trekt, dan met het paleis op zich... Voor we uit Mae Sai vertrekken lopen we nog even rodn op de gensmarkt en vinden er tussen allerlei electronica die waarschijnlijk in Birma moeilijk te krijgen is een nieuwe driepikkel voor ons fototoestel: gegarandeerd plezier en weer een hele hoop fotos van ons samen dus! Joepie!

Vanuit Mae Sai brengen onze omzwervingen ons via het drielandenpunt Thailand-Birma-Laos, de zogenaamde Gouden Driehoek, naar Chiang Saen, de oude hoofdstad van het gelijknamige (oude) koninkrijk. Daarna gaan we langs de schitterende Mekongbedding, waar we onze avonturen met Liesbeth (mijn zus) en Brita een paar honderden kilometers stroomafwaarts herbeleven, naar Chiang Rai.

Chiang Rai is de "poort naar de Gouden Driehoek" en een zeer populair vertrekpunt voor trektochten naar de bergvolkeren. Trektochten zijn niet echt iets voor ons, maar het museum over de bergvolkeren willen we niet missen. In het museum hebben we een grote discussie met de conservator over het wel of niet bezoeken van bergvolkeren. Het lijkt ons namelijk dat er geen antwoord is op de vraag of je ze nu als toerist wel of niet moet bezoeken. Bijna alle toeristen die de dorpen bezoeken zijn eigelijk voornamelijk uit op mooie fotos, begrijpelijk natuurlijk. En als ze een beetje gezond verstand hebben boeken ze hun trektocht bij een agentschap dat ervoor zorgt dat een deel van hun geld ook bij de bergvolkeren zelf terecht komt. En daar zit het addertje onder het gras, want wat willen die mensen in die dorpen het liefst doen met dat geld? Een televisie kopen, een mooi stenen huis bouwen, betere wegen aanleggen,... met andere woorden: ontwikkeling kopen. Maar als ze dat doen tekenen ze hun eigen doodvonnis, want dan zijn ze niet meer interessant voor toeristen omdat ze niet meer 'authentiek' zijn. Het is een beetje een patstelling. We zijn er in ieder geval nog steeds niet uit en zullen dat waarschijnlijk ook nooit zijn. En van de conservator zijn we ook niet echt veel wijzer geworden, want de man vond natuurlijk dat je de dorpen wel moet bezoeken ... omdat hij zelf trektochten organiseert!

En dan trekken we vanuit Chiang Rai de wildste provincie van Thailand in: Nan. Tot het einde van de jaren '80 werd reizen in de provincie nog ten sterkste afgeraden, de wegen stikten van de struikrovers, gewapende overvallen waren geen uitzondering en er woedde een hevige strijd tussen het leger en de communistische partij. Het Wilde Oosten. Ondertussen is de rust al volledig weergekeerd, maar de provincie blijft iets wild hebben: weinig toeristen, veel natuurparken en wegen waar je niemand tegenkomt. De weg die ons Nan binnenbrengt gaat dwars door de bergen, door een natuurpark en de eerste tientallen kilometers in de provincie zien we geen levende ziel. De provinciehoofdstad zelf, onze eindbestemming voor de dag, herbergt een paar prachtige tempels, anders dan wat we tot nog toe gezien hebben in Thailand, waardoor we voor de zoveelste keer dit jaar weer totaal verrast worden door religieuze bouwwerken. Als we Nan-stad een dag later verlaten weten we niet waar we die avond zullen slapen: onze reisgids zegt niets over de streek waar we heen gaan, dus we gaan op goed geluk, hopend dat we wel een hotel zullen tegenkomen. Maar voor het zover is bezoeken we nog een zeer vreemd erosie-fenomeen in een natuurpark waar we langs rijden. Een heel poreuze ondergrond met een knalharde bovenlaag heeft gezorgd voor grote zandstenen pieken en enorme zandstenen muren, alsof honderden orgelpijpen uit de onderwereld zich een weg naar boven gezocht hebben. De natuur zorgt toch voor vreemde taferelen! Als we het natuurpark verlaten en terug de weg op rijden zijn we klaar voor de verdere etappe van de dag. Twee kilometer verder rijden we echter totaal onverwachts het natuurpark weer in. Dat staat niet op onze kaart, maar door natuurpark rijden is altijd aangenaam dus daar gaan we. Weten wij veel dat we nog ruim 60 kilometer door hetzelfde natuurpark zullen rijden. Als we na ongeveer 35 kilometer allebei zo goed als zonder benzine zitten beginnen we ons af te vragen hoe ver het natuurpark zich nog uitstrekt. In het midden van een natuurpark zijn er namelijk geen dorpen, laat staan benzinestations! Tien kilometer verder komen we eindelijk een hutje tegen en als bij wonder zit er zelfs iemand in de deuropening. Hij kan ons jammer genoeg niet helpen aan benzine, maar -zo weet hij te melden- misschien vinden we wel wat we zoeken in het ranger station wat verderop. Hoe ver dat nog is? Een tien kilometer of zo. We zijn ondertussen de wanhoop nabij maar wagen het er toch maar op. Al was het alleen maar omdat we toch niet veel andere keuzes hebben. We zitten nog steeds midden in de bergen en bij elke bergop richten we een schietgebedje naar de hemel in de hoop dat we deze berg toch boven raken. Na een dikke tien kilometer -we rijden nog!- zien we een groepje houten hutjes staan: het ranger station. De drie mannen die ons daar begroeten hebben echter geen benzine denken ze, maar waarschijnlijk omdat we er zo hopeloos uit zien besluiten ze toch een zoektochtje in te zetten. Wonder boven wonder vinden ze nog een colafles met 1 liter benzine in, en die mogen we gerust overkopen. We verdelen het vloeibare goud eerlijk tussen Robin en Suzy en hopen dat we daarmee ver genoeg zullen raken. De mannen verzekeren ons dat er nog een tien kilometer verder een tankstation is. En inderdaad, net voorbij de grens van het natuurpark vinden we een tankstation. Het is te zeggen: een plaats waar twee vaten benzine staan, maar dat is ruim voldoende voor ons. Het is ondertussen al laat in de namiddag, de zon begint al behoorlijk laag te hangen, en we hebben natuurlijk nog geen enkel hotel gezien. Van de twee wegen die voor ons liggen besluiten we de weg door de vallei te nemen in de hoop daar meer kans te hebben om een hotel te vinden. Dorp na dorp rijden we door zonder hotel te zien, de zon is ondertussen al volledig achter de horizon verdwenen, hetgeen het zien van hotels niet eenvoudiger maakt. Het is al pikkedonker als we eindelijk, na meer dan 50 kilometer een hotel zien en we duiken moe maar voldaan van de emotionele dag in ons nestje.

De twee volgende dagen volgen we de grens met Laos, de hoge en behoorlijk koude bergen door, om uiteindelijk het Khorat plateau op te rijden en naar Khon Kaen te gaan. Normaal gezien was de planning om vandaag terug te rijden naar Khorat (Nakhon Ratchasima) om Robin en Suzy te verkopen, naar Bangkok te gaan en ons klaar te maken om via Hong Kong terug naar Belgie te vliegen. Maar het afscheid valt ons zwaar, en we vinden het rijden veel te plezant waardoor we besloten hebben nog een week on the road te blijven en nog alle Khmer tempels aan de grens met Cambodia te bezoeken.

Zelfs nu het einde van ons avontuur nadert blijven jullie ons trouw volgen! Wat een plezier om zulke trouwe fans te hebben. We dragen jullie allemaal in ons hart!

stuur ons een berichtje                                                                                                   terug naar boven
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

11 februari: De vergeten Khmer

We zitten in Khon Kaen rustig te dineren op het moment dat we beseffen dat we de dag nadien naar Khorat zouden terug rijden om ons voor te bereiden op de terugkeer naar huis. Is het nu werkelijk allemaal gedaan? Of kunnen we het pijnlijke afscheid toch nog een beetje uitstellen? Heel veel rekenwerk moeten we niet doen om te merken dat we toch wel nog een weekje onderweg zouden kunnen zijn. En zelfs over het doel van die week moesten we allebei ook niet te lang nadenken: net over de Thaise grens, in Cambodja, ligt Preah Vihear, het mooiste Khmer monument dat vanuit Thailand zonder extra visa enzo te bezoeken is. Preah Vihear staat al heel lang op het programma, maar omdat het echt in een verre uithoek van Noordoost Thailand ligt zijn we er nog nooit geraakt. Maar vanuit Khon Kaen is het makkelijk te doen om op een week naar daar te rijden en terug naar Khorat. Als we dan op de kamer alles eens goed uitstippelen blijkt dat we onderweg elke dag wel nog via een of twee kleine Khmer heiligdommen rijden. De keuze is gemaakt! We maken er nog een zoektocht naar vergeten Khmer-kunst van. De stemming is meteen omgeslagen van droefheid naar verwachting. We slapen als roosjes en springen s morgens met veel enthoesiasme op Robin en Suzy op weg naar onze eerste heiligdommetje. De weg brengt ons via rijstvelden, langs koeien en buffels, naar het hart van Isan (de naam voor het Noordoosten). En meteen is de toon voor de rest van de week gezet. We rijden via kleine binnenbaantjes, die soms niet eens op onze kaart staan, van monument naar monument, eten kleefrijst en papaya salade met de handen, slapen in kleine provinciestadjes en genieten van de laatste reisweek samen met Robin en Suzy. Het eerste monument dat we zien hebben we volledig voor onzelf en we kunnen de prachtige gesculpteerde friezen in alle rust bewonderen. Van daar rijden we door naar Roi Et. Terwijl we s avonds zitten te dineren zien we dat er naast het restaurant een internetcafe is en omdat we toch al weer bijna aan het maximum van ons aantal foto’s zitten besluiten we alle foto’s nog eens op cd te laten branden. Maar ergens loopt het mis, de cd blijkt aan het einde van het hele proces leeg te zijn en onze geheugenkaart geeft een foutmelding weer. Huh!? Wat is er op die paar minuten gebeurd? Na een paar minuten komen we er achter dat er een of ander virus van op de computer zich op onze geheugenkaart genesteld heeft en al onze foto’s van de laatste maand gedeleted h eeft... Dus het enige dat we nog hebben van eeldmateriaal van onze reis door het noorden zijn de paar foto’s die op de website staan! Jammer, jammer, jammer, maar we zijn er gelukkig nog redelijk snel over, want de herinnering blijft zeer positief natuurlijk. De volgende ochtend staan we met hernieuwde energie op, kopen ons een nieuwe geheugenkaart en zijn weer de baan op. Die dag staat een heel klein, maar wel grappig, tempeltje op het programma: de oorspronkelijk Hindu schrijntjes (de Khmer waren overwegend Hindu) zijn in het begin van de 20e eeuw volledig herplaasterd en omgebouwd tot Boeddhistische schrijntjes. Dus heel veel van het oude is er niet meer over, maar het is wel nog steeds een actieve tempel. Als we de tempelpoort doorrijden zien we meteen wat de tempel zo aantrekkelijk maakt: het hele complex wordt gedomineerd door een vrij grote kolonie apen! Ze zitten echt overal en het duurt niet lang of Robin en Suzy zitten ook onder de apen terwijl wij ons bezoekje afwerken. Op zich is dat helemaal niet erg, alleen dat de trui van Lieve er een hoogst onaangenaam geurtje aan overgehouden heeft... Bwah! Gelukig zijn we uit het noorden en uit de koude en hebben we de puls helemaal niet meer nodig. Die dag rijden we door naar Kantharalak, aan de grens met Cambodja, voor het bezoek waar we uiteindelijk de hele trip voor maken: Preah Vihear. In de jaren 60 hebben Thailand en Cambodja een juridische strijd uitgevochten over op wiens grondgebied het complex nu ligt, en de Thai hebben het er nog steeds moeilijk mee dat Cambodja het pleit gewonnen heeft. Een maand of zo terug lazen we in de (Thaise) krant een artikel oer Khmer kunst in Thailand en daar stond bij de foto van Preah Vihear “nog niet op Thais grondgebied”! In ieder geval, ons kan het niet schelen en we gunnen het de Cambodjanen wel, wij zijn gekomen om een mooi monument te zien en daar worden we ook op getracteerd. Preah Vihear is een enorm complex en ligt tegen een heuvelflank die eindigt op een enorme klif net achter de hoofd tempel. En ondanks het feit dat dit een strategische basis geweest is van de Khmer Rouge tijdens de burgeroorlog zijn er verbazend veel prachtige beeldhouwwerken bewaard gebleven. De Khmer Rouge staan er namelijk om bekend dat ze de mooiste friezen van de monumenten kapen en doorverkochten aan antiquairs om wapens mee te kopen! Maar ook al is er van Preah Vihear veel weg, toch kunnen we ons nog heel goed voorstellen hoe het ooit geweest moet zijn. We hebben een hele dag nodig om onder de brandende zon de enorme hoeveelheid treden op en af te klimmen en nog te kunnen genieten van het monument. Maar s avonds kunnen we terugkijken op een heel geslaagde dag en weten we dat het meer dan de moeite was om heel de trip voor te ondernemen

Op de drie dagen terug naar Khorat bezoeken we nog vijf tempeltjes, de ene al kleiner dan de andere, maar allemaal een leuke stop onderweg. En dan is het grote moment aangebroken: inpakken en wegwezen. De terugweg naar Khorat is de laatste etappe van onze reis op onze o zo trouwe scootertjes die ons ondertussen nauw aan het hart zijn komen liggen. Maar wat moet dat moet en op dag 1 zien we onzelf naar de garage rijden om onze vriendjes te koop aan te bieden. Als we s avonds bij mijn gastouders ziten te dineren blijkt dat zij eventueel wel interesse hebben om zowel Robin als Suzy over te kopen, een voor hen en een voor de jongste zoon. Joepie, Robin en Suzy krijgen een nieuw thuis en wij krijgen de belofte dat als we ooit terugkomen en ze rijden nog, dat we ze weer mogen gebruiken! En het leukst van al is: het blijven Robin en Suzy, want de namen vallen duidelijk in de smaak!

Zo wordt het afscheid toch iets draaglijker, en om het allemaal te vieren zetten we nog eens ons beste beentje voor in een gezellige karaoke sessie! De laatste dagen in Thailand verlopen heel hectisch, nog dit doen, nog dat kopen, ... en voor we het beseffen zitten we op het vliegtuig richting Hong Kong. Gisteren zijn we op Hong Kong geland, zonder enige problemen ons hotelletje gevonden en vanaf deze namiddag beginnen we aan ons laatste bezoek...

Voor diegenen die zich de vraag al gesteld hebben: Vietnam en China bezoeken we dus niet (deze keer). Voor China hebben we absoluut geen tijd meer en in Vietnam mochten we niet binnen met Robin en Suzy.

En nu het einde nadert nog voor een laatste keer heel veel dank aan iedereen die ons op de voet gevolgd heeft en ons via berichtjes op de hoogte gehouden heeft van het leven in Belgie.

stuur ons een berichtje                                                                                                   terug naar boven
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------